Onaanvaardbaar, toch?

Onaanvaardbaar, toch?

Het kan onaanvaardbaar zijn, nietwaar, om te horen dat er niemand is. Waanzinnig om te zeggen dat er geen jij is, dat er alleen maar is wat schijnbaar gebeurt. Je bent er zo van overtuigd dat ‘jij’ ‘jouw’ leven regisseert. Je bent het zo gewend dat bijna iedereen je overtuigingen voedt, en door ‘jou’ te bevestigen, die gedroomde dualistische werkelijkheid versterkt. Het kan diep bevrijdend of heel frustrerend zijn om te horen dat het gevoel een individu te zijn, samen met het gedroomde geloof in vrije wil en keuze, een illusie is. In beide gevallen is het wat schijnbaar gebeurt. Dat slaat nergens op, en dat hoeft ook niet. Het is het leven dat schijnbaar verschijnt als weerstand of als mededogend. Het zal nooit begrepen worden — dat deze woorden het enige mededogen zijn dat er is. ‘Jij’ zult nooit zien dat de frustratie of de weerstand al de vrijheid is waarnaar verlangd wordt.

Veel liefs, 🩶
N.R.